24   246
6   268
8   572
4   265
5   410
11   550
3   288
17   256
21   492
12   336

5 x trainingstips voor korte fietsritten

5 x trainingstips voor korte fietsritten

Zeg je wielrennen, dan zeg je kilometers maken. Heel veel kilometers. Zo telt een rondje onder de 50 km voor de meeste ervaren of professionele rijders niet mee. Maar goed, dan heb ik het over de écht fanatiekelingen. Gelukkig bestaat er ook een grote groep die vooral recreatief fietst. Niet iedereen heeft namelijk de tijd of mogelijkheid om meerdere keren in de week voor een grote ronde te gaan. Maakt dat je dan per definitie een minder goede fietser? Zeker niet! Goed trainen kan ook middels een korte rit. Hoe? Dat lees je in deze blog. We geven vandaag 5 trainingstips voor korte fietsritten.

Wanneer je fulltime werkt, kinderen hebt en/of andere prioriteiten, heb je wellicht niet altijd de tijd om lang van huis te zijn. Maar ook wanneer je net begint met wielrennen of bijvoorbeeld een blessure hebt, kunnen korte fietsritten een goed alternatief zijn. In alle gevallen geldt: zelfs als je maar een half uurtje hebt, pak die fiets! 

1. Train gericht

Weinig tijd betekent niet dat je als een gek zo hard mogelijk moet gaan fietsen. Het is juist van belang om goed na te denken wat en hoe je wilt trainen. Dit geldt overigens ook voor lange ritten. Een interval training is bijvoorbeeld een goede manier om aan je conditie te werken. In ongeveer 20 minuten tijd (los van de warming up en cooling down) wissel je versnellingen of korte klimmetjes af met rust. Pak bijvoorbeeld vijf blokjes, met ieder blokje 5 x 20 seconden op jouw maximale snelheid. Na de 20 seconden pak je 10 seconden rust. Na ieder blokje pak je 1 minuut rust. 

2. Meer dan alleen snel fietsen

Wielrennen gaat niet alleen maar over snelheid. Laat je dus vooral niet verleiden door alle cijfertjes op bijvoorbeeld Strava. Uiteraard is het leuk om te zien hoe hoog je (gemiddelde) snelheid was, maar dat zegt lang niet alles. Naast een interval training kun je ook focussen op tempowisselingen. Denk aan 5 minuten snel, 5 minuten maximaal, 5 minuten langzaam/rust. Of train je explosiviteit om beter en sneller weg te kunnen springen. Het allerbeste zijn sprints op heuveltjes, dijken of bruggen. Zoek een goede locatie bij jou in de buurt en draai daar je korte fietsritten.

3. Liever drie korte fietsritten dan één keer lang

Geregeld fietsen (ook kort) is de beste manier om te trainen. Je lichaam raakt gewend aan de activiteit en herstelt op den duur sneller. Het is dus beter om drie keer in de week een rondje van 20 km te fietsen en in het weekend bijvoorbeeld een grote ronde van 80+ km te fietsen (en uiteraard als je net begint is 50 of 60 km al een hele uitdaging), dan al deze kilometers in één rit te stoppen om vervolgens de rest van de week niet meer te bewegen.

4. Vergeet niet om ook km’s te sparen

Wil je je kracht uithoudingsvermogen trainen, dan zijn die lange ritten ook belangrijk. Tijdens een mooie tocht langs de kust of in het buitenland wil je natuurlijk niet na een half uur van je fiets moeten stappen. Maak je trainingen steeds een beetje langer. Tien kilometer is snel gefietst op een racefiets. Kun je bijvoorbeeld 30 km gemakkelijk volhouden op een tempo van minimaal 25km/h? Probeer de volgende keer dan een ronde van 40 of 50 km en ga zo door.

5. Geniet! 

Zonder plezier is het op een racefiets al gauw afzien. Vergeet dus niet te genieten van daar waar je bent. Waar je ook woont, iedere omgeving heeft prachtige routes om te fietsen. En zelfs als je die rondjes even zat bent, zijn er genoeg opties. Zo gooi ik geregeld de fiets in de de auto en rij ik een eindje om ergens anders een mooie route te maken. 

Korte fietsritten zijn ook oké! Maak jij weleens een korter rondje?

Tekst: Mirte

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *